Wanneer het niet meer mogelijk is om zelfstandig te wisselen tussen (rol)stoel, bed en toilet is een tillift een noodzakelijk hulpmiddel dat hierbij assisteert. Voor de zorgvrager is het een handig product omdat bewegingen makkelijker gaan. Ook de zorgverlener heeft baat bij de aanwezigheid van een tillift: hij of zij hoeft minder inspanning te leveren om de zorgvrager goed te kunnen helpen.
Bij de keuze van een tillift is het belangrijk om te weten hoe mobiel de patiënt of zorgvrager is. Als deze zich nog enigszins staande kan houden volstaat een actieve tillift (ook wel sta-lift) namelijk al. Wanneer alle zelfstandige bewegingen onmogelijk zijn zal er gebruik moeten worden gemaakt van een passieve tillift.
Grofweg zijn hulpbehoevenden in drie klassen in te delen wanneer het gaat om tilliften. De eerste groep heeft geen tillift nodig. Deze mensen kunnen in principe nog alles zelf maar hebben assistentie nodig vanwege de grote inspanning die ze moeten leveren of vanwege het valrisico. Voor de tweede groep zijn actieve tilliften (of sta- of opstahulp of -lift) ontwikkeld. Op verzoek van de zorgverlener kan hier echter ook voor een passieve lift worden geopteerd. In deze groep is het voor de zorgvrager nog wel mogelijk om te bewegen, maar lukt het niet meer om dat alleen te doen. Mensen uit de derde groep kunnen ook dat niet meer: zelfstandig bewegen is onmogelijk. Dat kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door hevige pijn, spasmes en contracturen. Een passieve lift is hierbij een grote noodzaak: zo’n systeem is dan de enige veilige manier om de zorgvrager te verplaatsen.