Wanneer patiënten of zorgvragers niet meer in staat zijn om zelfstandig te bewegen wordt de hulp van verpleegkundigen ingeroepen. Prima om mensen op die manier bij te staan, maar aan de andere kant van het verhaal staat het feit dat het meeste ziekteverzuim in de zorgsector te wijten is aan nek-, rug- of schouderklachten. De boodschap is duidelijk: helpen en tillen is prima, maar dat moet dan wel verantwoord gebeuren.
Tilliften kunnen daar een goede hulp bij zijn. Voor mensen die echt geen been meer in de lucht krijgen, bijvoorbeeld vanwege hevige pijn, spasmes of ernstig overgewicht, zijn passieve tilliften het goede type. Deze zijn steviger en zorgen ervoor dat de hulpverlener zich niet extreem hoeft in te spannen om de zorgvrager van dienst te kunnen zijn.
De liften bestaan uit een sterke en duurzame stellage, meestal van metaal, en een tilband. Dat laatste onderdeel hangt af van het doel: bij het tillen van rolstoelgebruikers wordt een andere band gebruikt dan wanneer mensen in en uit hun bed moeten worden gehesen. Binnen de passieve tilliften zijn er twee categorieën: verrijdbare en niet-verrijdbare. De eerste groep wordt over het algemeen vaker ingezet, domweg om de reden dat zo’n lift op meerdere plekken gebruikt kunnen worden. De types die niet verrijdbaar zijn kunnen worden gebruikt wanneer een mobiele lift om wat voor reden dan ook niet geschikt is. Zo kan de ondergrond waarover moet worden gereden niet geschikt zijn, of is de ruimte waarin gemanoeuvreerd dient te worden niet groot genoeg. Een fysiek aspect kan ook meespelen: wanneer het gewicht van de zorgvrager zoveel groter is dan de kracht van de zorgverlener is het verrijden van de lift geen doen en wordt gekozen voor een niet verrijdbare tillift. Deze worden dan aan de wand of aan het plafond gemonteerd.